Baby eet plotseling minder
Een baby kan tijdelijk minder drinken of eten zonder dat er direct iets ernstigs aan de hand is. Bijvoorbeeld door verkoudheid, doorkomende tanden, vermoeidheid of een verandering in het ritme. Let vooral op hoe je baby verder is: of hij alert is, voldoende plast en drinken binnenhoudt. Bij duidelijk minder drinken, sufheid of tekenen van uitdroging neem je dezelfde dag contact op met huisarts of huisartsenpost.
Is het normaal als je baby plotseling minder eet?
Dat kan normaal zijn, vooral als je baby verder wakker en aanspreekbaar is, regelmatig plast en geen duidelijke ziekteverschijnselen heeft. Baby's eten en drinken niet elke dag precies hetzelfde. De behoefte kan wisselen per voeding, per dag en per ontwikkelingsfase.
Bij een jonge baby is minder drinken wel iets om serieus te nemen. Melk is in het eerste jaar de belangrijkste voeding. Een baby die tijdelijk minder hapjes eet maar de gebruikelijke melkvoedingen goed drinkt, heeft meestal niet direct een probleem. Een baby die ook duidelijk minder borst- of flesvoeding drinkt, moet je goed volgen.
Dwing je baby niet om een voeding of hapje op te maken. Kijk naar het totaalbeeld: hoe je baby zich gedraagt, hoeveel natte luiers je ziet, of hij voeding binnenhoudt en of het minder eten langer aanhoudt.
Waarom eet of drinkt je baby minder?
Er zijn verschillende oorzaken die vaak tijdelijk zijn:
- Verkoudheid of een verstopte neus. Zuigen, slikken en ademhalen tegelijk is dan lastiger. Dit speelt vooral bij borst- of flesvoeding.
- Doorkomende tanden. Pijnlijk of gevoelig tandvlees kan drinken of eten minder prettig maken.
- Moeheid, drukte of afleiding. Vooral oudere baby's kunnen tijdens een voeding snel afgeleid zijn.
- Een verandering in ritme. Bijvoorbeeld door opvang, reizen, een sprongetje of minder slaap.
- Nieuwe of vaste voeding. Sommige baby's eten tijdelijk minder melk wanneer hapjes nieuw en interessant zijn. Hapjes horen melkvoedingen niet snel te vervangen.
- Verstopping, buikpijn of refluxklachten. Een baby kan dan minder zin hebben in eten of drinken.
- Ziek zijn. Koorts, oorpijn, een keelontsteking, diarree of braken kunnen ervoor zorgen dat je baby minder drinkt.
Vanaf de start met hapjes kan de ontlasting veranderen. Harde ontlasting of pijn bij het poepen kan ook de eetlust verminderen. Lees meer over verstopping bij baby's na de start met hapjes.
Wat je nu kunt doen
- Bied melk aan zoals je gewend bent. Geef borstvoeding of flesvoeding op de gebruikelijke momenten. Je kunt bij een baby die minder drinkt vaker een kleine voeding aanbieden. Volg de signalen van je baby en forceer niet. In het eerste jaar blijven borstvoeding of volledige zuigelingenvoeding belangrijk, ook als je baby al hapjes eet. Zie ook hoeveel melk een baby nodig heeft naast de hapjes.
- Kijk of je baby goed kan drinken. Bij een verstopte neus kan rechtop voeden soms helpen. Maak de neus zo nodig vrij met zoutoplossing die geschikt is voor baby's. Stop als je baby onrustig wordt of het niet prettig vindt.
- Maak eetmomenten rustig. Kies een rustige plek zonder schermen, speelgoed of haast. Geef je baby tijd. Sommige baby's drinken beter als zij slaperig maar nog wakker zijn, of juist na een rustmoment.
- Geef kleine porties hapjes. Als je baby al vaste voeding krijgt, bied dan kleine hoeveelheden aan zonder druk. Laat je baby aangeven of hij verder wil. Een dag weinig hapjes eten is meestal geen probleem als de melkvoedingen goed gaan. Kijk voor de opbouw bij eerste hapjes: wanneer beginnen en hoe je opbouwt en het eerste hapje van je baby.
- Pas het aanbod aan bij pijn in de mond. Bij doorkomende tanden kan een gladde, zachte of koel aangeboden hap prettig zijn. Geef geen harde stukken waar je baby nog niet goed mee kan omgaan. Gebruik geen verdovende middelen voor het tandvlees zonder overleg met een arts of apotheek.
- Let op plasluiers en gedrag. Kijk of je baby ongeveer plast zoals je gewend bent. Let ook op donkere urine, een droge mond, weinig tranen bij huilen, een ingevallen fontanel of opvallende sufheid. Dit kunnen tekenen zijn dat je baby te weinig vocht binnenkrijgt.
- Houd kort bij wat er verandert. Noteer gedurende een dag of twee welke melkvoedingen en hapjes je aanbiedt, wat je baby ongeveer drinkt of eet, hoe vaak hij plast, of er koorts, braken of diarree is en hoe hij zich gedraagt. Dat helpt als je advies vraagt aan het consultatiebureau of de huisarts.
Wat vaak niet werkt
Een baby aansporen, afleiden of een speen steeds terugduwen werkt meestal averechts. Het kan ervoor zorgen dat voeden spanning geeft. Ook is het niet verstandig om melkvoedingen te vervangen door extra hapjes, water, sap of andere dranken omdat je baby een paar dagen minder drinkt. Geef geen sap om de eetlust te vergroten. Geef ook geen koek, zoete yoghurt of andere zoete producten om je baby toch iets te laten eten.
Wissel niet steeds van fles, speen, voeding of voedingsschema zonder duidelijke reden. Bij aanhoudende problemen kan overleg juist helpen om te beoordelen wat passend is. Maak je babyvoeding zelf, bereid die dan veilig en zonder zout of suiker. Meer hierover lees je bij babyvoeding zelf maken of potjes kopen.
Als je baby minder ontbijt eet
Een baby hoeft niet elke ochtend evenveel te eten. Zeker bij jonge baby's is melk in de ochtend nog een belangrijke voeding. Als je baby al met ontbijt oefent, bied dan een passende kleine portie aan en houd het ontspannen. Een ontbijt overslaan of weinig eten hoeft niet te worden ingehaald met zoete tussendoortjes. Lees meer bij ontbijt voor je baby: wat en vanaf wanneer.
Wanneer je contact opneemt
Neem contact op met het consultatiebureau als je baby verder goed wakker is en geen acute klachten heeft, maar het minder eten of drinken langer aanhoudt, je twijfelt over de groei, het opbouwen van hapjes of het voedingsritme. Ook als voeden steeds strijd geeft, kan het consultatiebureau met je meekijken.
Bel dezelfde dag de huisarts of huisartsenpost als je baby duidelijk minder drinkt dan gewoonlijk en je dit niet kunt verbeteren, zeker bij een jonge baby. Bel ook bij tekenen van uitdroging, herhaald braken, diarree waarbij je baby minder drinkt, pijn bij drinken, aanhoudend ontroostbaar huilen, bloed bij de ontlasting of braaksel, of groen braaksel. Neem bij een baby jonger dan 3 maanden met koorts van 38,0 graden of hoger direct contact op met de huisarts of huisartsenpost.
Bel 112 als je baby moeite heeft met ademhalen, blauw of grauw ziet, niet of nauwelijks reageert, moeilijk wakker te krijgen is, een aanval of stuipen heeft, of als je denkt dat er sprake is van een acute levensbedreigende situatie.