Baby wil alleen borstvoeding en geen hapjes
Als je baby jonger is dan ongeveer 6 maanden, goed groeit en alleen borstvoeding wil, is dat meestal normaal. Vanaf ongeveer 6 maanden is het wel belangrijk om dagelijks vaste voeding te blijven aanbieden, ook als je baby nog weinig eet. Borstvoeding blijft in het eerste jaar een belangrijke voedingsbron, maar hapjes zijn nodig om te oefenen met smaken, structuren en eten van een lepel of met de handen.
Is het normaal dat je baby alleen borstvoeding wil?
Bij een baby die nog geen 6 maanden is, is afwijzen van hapjes meestal geen probleem. Vaste voeding hoeft dan nog niet veel op te leveren: het gaat vooral om rustig kennismaken. Borstvoeding blijft de hoofdvoeding.
Is je baby ongeveer 6 maanden of ouder, dan komt dit ook vaak voor, maar het is verstandig om er actief mee aan de slag te gaan. Je baby hoeft niet meteen porties te eten. Een paar likjes of kleine hapjes zijn al oefenen. Vanaf deze leeftijd heeft je baby naast melk geleidelijk meer voedingsstoffen uit vaste voeding nodig, waaronder ijzer. Alleen wachten tot je baby zelf om eten vraagt, werkt daarom niet altijd.
Geef borstvoeding gewoon door op verzoek. Bouw die niet plotseling af om je baby hongerig genoeg te maken voor hapjes. Lees ook hoeveel melk een baby nodig heeft naast de hapjes.
Waarom je baby hapjes afwijst
Drinken aan de borst is vertrouwd, snel en geruststellend. Eten van een lepel of met de handen vraagt andere vaardigheden: rechtop zitten, voedsel in de mond verplaatsen, slikken en wennen aan nieuwe smaken en structuren. Sommige baby's hebben daar meer tijd voor nodig dan andere.
Ook het moment kan meespelen. Een erg hongerige baby wil vaak vooral drinken. Een baby die net lang heeft gedronken, kan juist te vol zijn voor een hapje. Vermoeidheid, verkoudheid, doorkomende tanden en veel prikkels kunnen de eetlust tijdelijk verminderen.
Soms ligt de stap te groot. Een baby die alleen heel gladde puree krijgt, kan schrikken van korrels of zachte stukjes. Andersom kan een baby die liever zelf pakt, een lepel steeds wegduwen. Kokhalzen bij het leren eten kan voorkomen en is iets anders dan stikken. Lees bij twijfel wat je kunt doen als je baby kokhalst bij stukjes en wat je kunt doen als je baby zich vaak verslikt.
Wat je nu kunt doen
- Bied elke dag een rustig oefenmoment aan. Kies een moment waarop je baby wakker en redelijk tevreden is. Vaak werkt een hapje na een korte borstvoeding of tussen twee voedingen beter dan vlak vóór een voeding. Houd het klein: je doel is oefenen, niet een schaaltje leeg eten.
- Laat je baby rechtop zitten. Zet je baby goed ondersteund en zo recht mogelijk in een kinderstoel. Geef eten nooit liggend, in een wipstoel of terwijl je baby rondkruipt. Blijf er altijd bij.
- Begin eenvoudig en herhaal. Bied bijvoorbeeld zachte groente, fruit, aardappel, brood of pap aan in een vorm die past bij wat je baby al kan. Een smaak mag je meerdere keren aanbieden. Afwijzen op één dag betekent niet dat je baby het nooit zal eten.
- Probeer zowel een lepel als zelf eten pakken. Sommige baby's willen de lepel vasthouden of eten liever zelf. Je kunt een voorgevulde lepel geven met een dikke puree, of zachte, passende stukjes die je baby kan vastpakken. Pas de structuur geleidelijk aan. Alleen maandenlang volledig gladde hapjes geven helpt vaak niet bij het leren eten van structuur.
- Geef afwisseling, ook bij kleine hoeveelheden. Wissel groente, fruit, brood, pap en later warme maaltijden af. Geef ook ijzerrijke producten die passen bij de leeftijd, zoals vlees, vis, ei, peulvruchten of broodbeleg dat geschikt is voor baby's. Eet je gezin vegetarisch of plantaardig, let dan extra op volwaardige keuzes en bespreek dit met het consultatiebureau. Zie vegetarische en plantaardige babyvoeding.
- Introduceer nieuwe voedingsmiddelen rustig. Geef nieuwe smaken en producten één voor één en in kleine hoeveelheden. Bij producten die allergische reacties kunnen geven, zoals ei of pinda, is het verstandig om overdag te starten wanneer je baby gezond is. Verdun pindakaas altijd met wat water, melk of puree; geef geen dikke klodder.
- Houd de sfeer neutraal. Laat je baby voelen, knoeien, ruiken en zelf bepalen hoeveel hij of zij eet. Stop als je baby het hoofd wegdraait, de mond dichtdoet of duidelijk klaar is. Dwingen, afleiden met een scherm, eten in de mond stoppen of doorgaan ondanks protest maakt eten vaak lastiger.
- Maak van eten een herkenbaar ritme. Begin met een vast moment op de dag en breid later uit naar meerdere eetmomenten. Als je baby meer mee-eet, kunnen ideeën voor lunch voor je baby en tussendoortjes voor je baby helpen. Tussendoortjes zijn niet bedoeld om een gemiste maaltijd of borstvoeding te vervangen.
Wat vaak niet werkt
De borstvoeding overslaan om je baby hongerig te maken is geen goede oplossing. Je baby kan dan te moe, boos of gehaast raken om te oefenen. Ook steeds iets anders aanbieden zodra je baby één hap weigert, kan onrust geven. Bied liever rustig hetzelfde product nog eens aan op een andere dag.
Geef geen zout, suiker, honing, koemelk als gewone drinkvoeding, harde rauwe stukken groente, hele noten, popcorn, hele druiven of andere harde of ronde producten waar je baby zich in kan verslikken. Snijd passend en kies een veilige structuur. Bij twijfel over verslikken of slikken is het beter om advies te vragen dan zelf verder te experimenteren.
Wanneer je contact opneemt
Neem contact op met het consultatiebureau als je baby vanaf ongeveer 6 maanden na enkele weken dagelijks rustig aanbieden vrijwel niets wil proeven of doorslikken. Doe dit ook als je vastloopt op structuur, als je baby alleen één soort eten accepteert, of als je niet weet hoe je borstvoeding en maaltijden kunt combineren. Het consultatiebureau kan meekijken naar groei, ontwikkeling, eetvaardigheden en het voedingsritme.
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts als je baby minder goed drinkt én eet, duidelijk minder natte luiers heeft dan gebruikelijk, suf is, herhaaldelijk braakt, pijn lijkt te hebben bij eten of drinken, vaak hoest of zich verslikt tijdens het eten, of als je je zorgen maakt over groei of gewichtsverlies. Neem ook contact op als je baby eten steeds uitspuugt, niet kan slikken of een reactie krijgt na een nieuw voedingsmiddel, zoals galbulten, herhaaldelijk braken of zwelling.
Bel 112 als je baby niet goed kan ademen, blauw of grauw wordt, bewustzijn verliest of als er zwelling van lippen, tong of keel ontstaat met benauwdheid. Bel ook 112 bij verslikken als je baby niet kan hoesten, huilen of ademen.